1. Ingrediënten: 2. Het brouwen:
Het brouwen is in feite het vervaardigen van wort met behulp van gemalen mout en water. Dit gebeurt in de grote koperen kuipen van de brouwzaal. Door het storten van het meel in het water van de brouwketel, dat op de juiste temperatuur moet zijn gebracht, wordt in het wort een extract gevormd. Het gestorte meel gaat zich door aanwezigheid van de diatasen, omzetten in suiker (maltose). Deze omzetting noemt men de versuikering. Het brouwen is dus het vervaardigen van een suikerhoudend wort.
3. Het filteren:
De bloem lost zich op in het brouwsel maar sommige delen van het graan, zoals de omhulsels, lossen zich niet op in het water. De brouwer zal deze omhulsels in een filtratiekuip door filtratie verwijderen. Het onopgeloste deel van het brouwsel noemt draf en is een rijk veevoeder.
4. Het koken:
Het gefilterde wort komt in de grootste kuip van de brouwzaal. Deze kuip is met een verwarmingsinstallatie uitgerust, zodanig dat men het wort kan koken. Het koken duurt anderhalf uur. Gedurende het koken van het wort, zal de brouwer hop toevoegen, wat hem zijn aroma en bittersmaak zal geven. Na het koken is het wort vrij van levende micro-organismen. Het concentreert zich, krijgt kleur en de enzymen zijn vernietigd. Het wort wordt opnieuw gefilterd om de gebruikte hopbloemen en de onopgeloste stikstofhoudende materies te verwijderen.
5. Het koelen:
Men koelt het wort af door het door een warmtewisselaar te laten stromen. Dit is een platenapparaat waarin het kokende wort door een speciale schikking van roestvrije staalplaten met koud water gekoeld wordt. Het koude water, dat hiervoor gebruikt wordt, zal men later voor een nieuw brouwsel gebruiken. Aldus gaat er geen energie verloren. Het wort wordt afgekoeld tot 7 à 10°C voor bieren van lage gisting en tot 18 à 20°C voor bieren van hoge gisting.
6. De gisting:
Het afgekoelde wort, rijk aan suiker en gesteriliseerd door het koken, wordt in gistkuipen gepompt. Deze zijn uit roestvrij staal vervaardigd en uitgerust met een koelsysteem waardoor het wort verder afgekoeld kan worden. Nadien voegt men gistcellen toe, die in de brouwerij zelf gekweekt worden. De gistcellen beginnen zich te voeden met de suikers en zet deze suikers om in alcohol en koolzuurgas. Hoe meer suiker het wort bevat, hoe meer alcohol en koolzuur er zal gevormd worden. Bij het einde van de gisting zal er gewoonlijk 20% van de suikers overblijven.
7. De lagering of rijping:
Na de hoofdgisting wordt het bier overgepompt naar lagertanks, waar het kan rijpen. Gedurende het lageren verfijnt de smaak van het bier: het zet nog gist af en blijft doorgisten. Het bier wordt rijker aan koolzuur tot op het vooraf vastgestelde percentage. Dit noemen we de verzadiging. De lagering gebeurt op 2°C om een koude troebel in het bier te doen ontstaan. Dit stabiliseert het bier zodat het gevaar voor een koude troebel achteraf sterk gereduceerd wordt.
8. Het filteren:
Bij het einde van het lageren zijn de bieren nog troebel. De koude troebel en de gistcellen, die zich nog in het bier bevinden, moeten er uitgefilterd worden om een helder, doorschijnend bier te bekomen. Het filteren gebeurt door het bier door een filter te doen stromen. Deze filter is samengesteld uit kartonnen platen, die bedekt zijn met filtrerende materie, Kieselgühr genoemd.
Het nu bekomen eindproduct ‘bier’ is klaar om verpakt (in flessen of vaten) en uitgevoerd te worden.
|